Kees de jongen vertelt het verhaal van, u raadt het al, Kees Bakels. Kees Bakels is een jongen geboren in het jaar 1900 en hij woont samen met de rest van zijn gezin in Amsterdam. Het verhaal begint wanneer Kees terugblikt op zijn jeugd en hoe hij gegroeid is. Afkomstig uit een arm gezin heeft Kees geen makkelijke jeugd. Nog erger, zijn vader sterft nogal vroeg. Desondanks blijft Kees een optimistische jongen die uitkijkt naar de toekomst en blij is met wat hij krijgt. Het boek is zeer humoristisch want Kees fantaseert graag en zijn fantasiën ook erg overdreven. Daarnaast heeft het boek ook een leuke sfeer ondanks het nogal serieuze thema. Ook de ontwikkeling van Kees doorheen het boek, van een dromer naar een doener, is goed beschreven en geeft ook echt het gevoel dat Kees geen statisch personage is. Deze ontwikkeling zorgt ervoor dat het boek veel realistischer, zelfs natuurlijker lijkt. Ook is het verhaal niet zo abstract wat ervoor zorgt dat je je wel kan inleven. Velen onder ons herkennen wel hoe ze zich voorstellen hoe goed ze iets wel niet kunnen en dromen hoe ze daarmee beroemd zullen worden alvorens terug te keren naar de realiteit. Kees is dan ook een gewone jongen in een gewone wereld.
Zoals eerder gezegd is een groot thema uit het boek opgroeien. Kees komt uit een arm gezin en heeft niet zoveel kansen als sommige andere kinderen. Toch laat hij zich hierdoor niet tegenhouden en blijft opgewekt en vriendelijk.
Het boek is wel van een andere tijd en dat laat zich soms merken. Zo rijden er bijvoorbeeld geen auto's in Amsterdam, maar koetsen. Ook het idee dat een jongen zou moeten stoppen met school en gaan werken voor hij 18 is is voor ons haast onherkenbaar. Toch was dit een bittere realiteit amper 100 jaar geleden en dit zorgt wel voor een shock. Een boek zoals dit is dan ook een goeie manier om leerlingen dit duidelijk te maken en zelf te laten ontdekken door de ogen van Kees.
Het boek verloopt wel in spreektaal en er worden veel woordcombinaties met -ie ( zoals gaf-ie, begon-ie,...) gebruikt wat in het begin van het boek nogal vervelend lijkt. Toch past het uiteindelijk wel in het geheel van het verhaal. We volgen het leven van de gewone, arme jongen Kees in Amsterdam, dus is het realistisch dat spreektaal vaak voorkomt. Het einde is ook wat abrupt, maar Theo Thijssen slaagt erin om ervoor te zorgen dat het passend aanvoelt binnen het verhaal.